Keerbergen

 

korte historiek en het ontstaan.

In de Historische Atlas van België van 'Van der Essen', wordt op de kaart van onze streken in de elfde eeuw,

Keerbergen getekend als een enclave van het prinsbisdom Luik in het graafschap Leuven.

Dit is het oudste gekende document waarin de gemeente, als "Chierberghe" vermeld wordt,

een akte van schenking gedaan door de heer van Incourt aan de bisschop van Luik in 1036.

Hoe ze uit deze geestelijke handen is overgegaan in het bezit van wereldlijke heren, de machtige Berthouts van Grimbergen en Mechelen, kunnen wij slechts gissen.

Doch is het waarschijnlijk een alledaagse geschiedenis. Als advocati of voogden van de geestelijke heren te Mechelen en omgeving,

zagen deze weinig scrupuleuze potentaten, in het bezit van de werkelijke macht, de kans om stilaan hun opdrachtgevers ook juridisch als heren en eigenaars te vervangen.

Gedurende eeuwen was steeds één of andere Berthout heer van Keerbergen.

De eerste met naam genoemde was Gillis met de Baard, omstreeks 1200, die tevens kamerheer van Vlaanderen was door zijn vrouw Katharina van Belle.

Hij speelde een Europese rol en nam deel aan de Kruistochten. Vanuit Damiette in Egypte deed hij schenkingen aan de pas gestichte Orde van Duitse Ridders (Pitzemburg) te Mechelen.

Zijn laatste jaren sleet hij als eenvoudige broeder in diezelfde gemeenschap.

Na verloop van jaren werd een Berthout, Jan II, ook heer van Helmond in Noord-Brabant, dat door Jan Berthout IV,

de meest kleurrijke figuur uit onze geschiedenis, op allerlei wijzen begunstigd werd en onder zijn beheer van "dorp" tot stad groeide.

Stilaan vervreemdden zijn opvolgers van Keerbergen. Op het einde van de 15de eeuw was de heerlijkheid in de handen van een aangetrouwde tak, die van Cortenbach,

en kwam gedurende de paar volgende eeuwen in het bezit van allerlei families, om ten slotte een bijna roemloos einde te kennen in het begin van de 18de eeuw.

Met al de rechten en voorrechten van de heer wordt ze gewoon verkocht door de "edele Vrouwe Anne Marie d'Oyenbrugghe Duras, gravin van Berlo" voor minder dan 20.000 gulden.

In al de laatste eeuwen van haar bestaan was de heerlijkheid niets meer geweest dan een wingewest, voor elders residerende heren,

beheerd door een rentmeester, die de cijnzen inde en een drossaard, die recht sprak, doch waar de heren zelf zich bitter weinig om bekommerden.

Alleen de laatste, beroofd door de Franse overheersing, vroeg om te Keerbergen begraven te worden, zijn graf werd bij de afbraak van de kerk niet teruggevonden.

Ook de grote norbertijnenabdij van Grimbergen, door de Berthouts begunstigd,

heeft sedert haar stichting in 1128 een niet te onderschatten rol gespeeld in de geschiedenis van Keerbergen,

waarvan zij sedert de 13de eeuw de tienden deelde met de pastoor. Zij bezat er een uitgestrekt domein, de Munninckhoeve,

waar nu de Duivebergen en de Broekelei liggen, twee andere hoeven dragen nu nog de naam van Grimbergen.

Tot het einde van de 16de eeuw stond de kerk van Keerbergen, die afhing van het bisdom Kamerijk, op de Kerkebergen, langs de Dijle.

Doch ook de huidige dorpskom gaat naar alle waarschijnlijkheid terug op een oeroude kern, een kasteel of een hereboerderij, waarvan geen sporen overgebleven zijn.

Na een lange periode van verval werd Keerbergen in de jongste decennia tot nieuw leven gewekt als buitenverblijf en centrum voor toerisme.

Weinig gemeenten hebben meer diepgaande wijzigingen van hun karakter en uitzicht ondergaan. Van betrekkelijk welgestelde en gesloten gemeenschap in de dorpskom,

omringd door een in bos en heide verspreide zeer arme bevolking van keuterboertjes, bezembinders en zandleurders, is het gegroeid tot een oord van ontspanning.

 (bron www.keerbergen.be)

het wapen.

Het oudste zegel van de schepen van Keerbergen dagtekent van 1308 en draagt een schild met drie palen met de tekst: "scabinorum de Kerberghe".

Het was het wapen van de Heren van Berthout van Berlaer. De schepenen van Keerbergen gebruikten een zegel met het wapen van de eerste Heren van Berlaer.

Dit zegel was in gebruik tot 1492. Zelfs op andere zegels, die bewaard worden op het rijksarchief te Brussel, ziet men hetzelfde embleem (1540 - 1697 - 1786).

Door het gemeentebestuur van Keerbergen werd op datum van 24 december 1954 navraag gedaan bij de Raad van Adel over het vroegere wapen.

In een schrijven van het provinciaal gouvernement van Brabant gedateerd op 10 september 1955, gericht aan het schepencollege, werd het volgende vermeld;

De raad heeft vastgesteld dat bedoelde gemeente bewezen heeft dat haar schepenen het gevraagde wapen onder het Ancien Régime hebben gebruikt.

Hij heeft dienvolgens geoordeeld, dat aan het verzoek, waarvan sprake, een gunstig gevolg kan worden voorbehouden.

Het aan gezegde gemeente te erkennen wapen zou moeten worden beschreven als volgt:

VAN ZILVER MET DRIJ PALEN VAN KEEL, HET SCHILD GEPLAATST VOOR EEN HEILIGE MICHAEL, MET OPGEHEVEN ZWAARD VAN GOUD, DIE EEN DUIVEL VAN SABEL NEERVELT.

De in het Frans gestelde tekst luidt: "D'argent à trois pals de gueules, l'écu posé devant un Saint Michel, l'épée haute d'or terassant un demon de sable".

 (bron www.keerbergen.be)

enkele cijfers.

NIS-code: 24048

Geografische ligging  51°0 ′N, 4°37 ′E

12.867 inwoners, 6.305 mannen en 6.562 vrouwen (op 31 januari 2012)

769 niet-Belgen, met 44 verschillende nationaliteiten.

De grootste groep niet-Belgen hebben de Nederlandse nationaliteit (455 personen).

Bevolkingsdichtheid  687 inw./km²

Oppervlakte  1.841 ha

130 km gemeentewegen

 (bron www.keerbergen.be)

terug